Happy BirthdayVan harte gefeliciteerd met je verjaardag! 😀✨🎈

Hier is een short story speciaal voor jou.

Hersenschimmen

Voorzichtig kruipt Leo over de oneffen rotsachtige grond, tussen de schaarse struikjes, stugge grashalmen en rotsblokken door. Hij moet het zien, moet weten of hij gelijk heeft of niet. De geluiden worden luider en het licht van de schijnwerpers helderder. Gelukkig komt het licht van beneden, van vóór hem en zijn de lampen naar de grond gericht. Toch maakt de volle maan achter hem het lastig om verborgen te blijven.

Nog voorzichtiger zoekt hij zijn weg naar de rand van het rotsplateau. Het laatste stukje legt hij bijna plat op zijn buik af. Daar beneden ligt de sleutel tot kennis. Kennis die zal bevestigen of ontkrachten waar hij al die jaren van zijn leven zo fanatiek mee bezig is geweest. Mensen hebben hem voor gek verklaard, uitgescholden, genegeerd en beschimpt. Allemaal omdat ze niet begrijpen hoe groot de impact van zijn ontvoering is geweest, toen in 2007. Die maskers, het vuur… hij hoort nog de vervormde stemmen die slecht verstaanbare woorden spraken, en rilt ongecontroleerd.

“Blijf rustig liggen, Leo, we helpen je, blijf kalm.” Hij verstaat de woorden met moeite, het klinkt dof en monotoon. De worden lijken aaneengeregen. Een gehandschoende hand drukt hem neer, houdt hem stevig vast, terwijl een ander via een infuus één of ander goedje injecteert. Zijn blik is wazig, zijn ogen betraant. Alles wat hij ziet is zijn vormeloze mensachtige gedaantes, met los slobberende kleding en de vreemde gezichten. Zonder mond, zonder neus en met ogen die omgeven zijn door een glazige huid. Maskers, een beter woord heeft hij er niet voor.
Maar hij weet dat het geen maskers zijn.

Zijn angst wordt alleen maar groter bij het zien van alle chirurgisch aandoende apparatuur om hem heen. Hij is vrijwel naakt en er zijn allerlei dingen op zijn huid en in zijn lijf gestoken. Sommigen alleen voelbaar, een paar regelrecht pijnlijk. Weer grijpt hij om zich geen, een verwoede poging om overeind te komen, om zijn overweldigers te weerstaan. Kreten van schrik en woede gaan vergezeld van nog meer schimmige figuren en handen die hem op zijn plek houden. Injectiespuiten worden aangegeven en gebruikt, en hij zakt weg in een droomloos niets.

Ze praten constant op hem in. Als hij wakker is, als hij slaapt. Vaak kan hij niet eens zeggen of hij droomt of niet. De stemmen gaan alsmaar door, de tekst altijd hetzelfde. “De mensheid is door aliens gehersenspoeld. Er is geen universum zoals dat ons geleerd is. Er is geen ronde aarde. Er is geen god. Wat wij aarde noemen is de rug van een schildpad. Een piramide is een bron van kracht die de mensheid te boven gaat en vuur is de bron van al het leven. Jij bent uitverkoren om het te verkondigen… De mensheid is door aliens gehersenspoeld. Er is geen universum zoals dat ons geleerd is. Er is geen ronde aarde. Er is geen god. Wat wij aarde noemen is de rug van een schildpad. Een piramide is een bron van kracht die de mensheid te boven gaat en vuur is de bron van al het leven. Jij bent uitverkoren om het te verkondigen… De mensheid is door aliens gehersenspoeld…”

Sinds zijn ontsnapping na vier maanden van gevangenschap, heeft hij gedaan wat ze hem opgedragen hebben. Hij heeft verteld wat ze hem hebben geleerd. Onophoudelijk en aan iedereen die maar luisteren wilde. Ook aan iedereen die dat niet wilde. Zijn familie heeft hem laten vallen, vrienden zijn met de noorderzon vertrokken. Ondanks dat er een groeiende groep volgers zijn ontstaan in de loop van de jaren, is er toch twijfel bij hem ontstaan. Door alle tegenstand, alle onderzoeken, alle psychiaters. Dus is hij onderzoek gaan doen. Op eigen houtje, want niemand nam hem serieus.

Inmiddels heeft hij de bevestiging gekregen dat de aarde inderdaad niet rond is. Het is hem nooit gelukt om helemaal rond te reizen. Altijd kwam er een moment dat hij niet verder kon. Een bergmassief, een oceaan… En dan heb je nog de horizon. Ook daar zit een einde aan. En laten we de zonsopkomst en zonsondergang niet vergeten. Die volgt altijd dezelfde baan. Nou ja, zo goed als. Maar wie kan er nu van een schildpad verwachten dat het altijd exact dezelfde route volgt? Piramides zijn zo ontzagwekkend dat de uitstralende kracht niet te missen is. Hij begrijpt dan ook niet dat er zo weinig mensen zijn die dat willen erkennen. Vuur doodt hout en maakt as, verbrandt en zorgt voor eten, en zonder warmte en licht is er geen leven. De boodschap klopt.

En toch kriebelt er een onmiskenbare twijfel die hij zelf niet eens onder woorden kan brengen. Een twijfel die in de loop van de jaren steeds sterker is geworden. Tot hij besloot om terug te gaan naar DE plek. Om bewijzen te vinden dat hij gelijk heeft. Of, en hij rilt van angst, van zijn ongelijk.

Nu is hij hier, dertien jaar later, en gluurt gespannen over de rand. Wat hij ziet beneemt hem de adem. Een enorm bouwwerk, met allerlei uitsteeksel en staand op poten. Met een enorm hekwerk en figuren er omheen die er vreemd uitzien, met maskers en los zittende huid. De aliens! Ze zijn er echt, nog steeds! Het is allemaal waar.

Het dringt niet tot hem door dat zijn waarneming volledig in contrast staat met wat hem verteld is. Dat het niet logisch is dat juist aliens hem deze boodschap zouden meegeven. Zoals hij zoveel nooit heeft gezien. Dat reizen met schepen en vliegtuigen mogelijk is. Beelden uit de ruimte van de aarde. Zelfs het bestaan van moderne communicatiemiddelen zijn aan zijn aandacht ontsnapt, zoals de Zuid-Amerikaanse indianen de schepen van de Spaanse veroveraars niet zagen. Dat er meerdere piramides zijn en, hoe indrukwekkend ook, geen van hen meer doet dan ontzag inboezemen. En vuur weliswaar levengevend kan zijn, maar datzelfde leven altijd eerst moet verwoesten.

Een groepje maakt zich los en loopt in optocht het terrein af. Eenmaal buiten het hek verspreiden ze zich en komen zijn kant op. Geschrokken schuifelt hij achteruit van de rand weg, terug naar de veiligheid van het omringende duister. Eenmaal buiten het zicht komt hij overeind en wil het op een rennen zetten. Dan wordt hij in een lichtbundel van boven gevangen. Nu pas dringt het vreemde geluid tot hem door dat al die tijd als een gefluister op de achtergrond in zijn hoofd aanwezig was. Een whoep-whoep-whoep, dat zo hard is dat hij niet snapt waar het zo ineens vandaan is gekomen. Stof waait op en er klinkt een onverstaanbare stem. Hij wil vluchten, maar is verstijfd. Dit kan niet waar zijn, niet weer!

Donkere schimmen doemen op, net buiten de lichtstraal die hem gevangen houdt. “Handen omhoog! Verzet je niet! Je bevindt je op verboden terrein!” Trillend zakt hij op zijn knieën. “Het spijt me, ik had beter moeten weten. Maar ik geloof het nu en ik zal nog harder mijn best doen om de boodschap te verkondigen!” roept hij wanhopig terug. De schimmen stappen het licht in. Gewone mannen en vrouwen, met overals aan, helmen op en infrarood brillen. Maar al wat Leo ziet, zijn dezelfde hersenschimmen die hem zijn bijgebleven uit de ontvoering.

Ze houden wapens op hem gericht, hij wordt overeind gehesen en als een misdadiger geboeid. Als groep zoeken ze hun weg weer naar beneden, terug naar het bouwwerk. Een doodgewoon bouwwerk dat weliswaar op poten staat, maar niets weg heeft van het alienachtige voertuig dat Leo’s hersenen hem voorschotelen. Eenmaal binnen planten ze hem op een stoel en beginnen te overleggen alsof hij er niet bij is.

“We vonden hem op de richel, hij kwam weer terug.”
“Misschien is hij onschadelijk, kan hij ons geen kwaad doen, maar nu hij ons gevonden heeft, kunnen we hem niet meer laten gaan.”
“Als hij ons gevonden heeft, kan hij dat opnieuw. En vroeg of laat komt iemand op het idee om hem te volgen. Dan zijn de problemen niet te overzien.”
“Zeg het nou maar gewoon, het experiment is mislukt. We hebben invloed gehad, maar niet genoeg. Er is ruimte ontstaan voor twijfel.”
“Goed, we kunnen hem niet laten gaan, maar we kunnen hem ook niet hier houden. Wat doen we dan?”
“Hetzelfde als met de anderen…”

Leo kijkt van de ene naar de andere gestalte. Hoort de stemmen, maar begrijpt het niet. Pas als er een wapen tegen zijn hoofd wordt gezet en een kogel de kamer vindt, wordt alles ineens duidelijk. Hij ziet geen vreemde gestalten met slobberig afhangende huid meer, maar normale mensen. Geen vage vlekken met glazige ogen, maar volkomen normale gezichten.

Vlak voor het schot klinkt, weet hij: “Niet de mensheid, maar ìk was gehersenspoeld.

 

***

 

Download en bewaar je cadeau. Of geef het weg 😉.