Meedoen aan een schrijfwedstrijd

Afgelopen dinsdag werd ik via een Facebook groep geattendeerd op een schrijfwedstrijd van Boekenkrant. Met nog maar een paar dagen te gaan (sluitingsdatum inzenden is vóór maandag 18 mei), bedacht ik impulsief om eens mee te doen.

Ik ben niet zo’n wedstrijd mens… De enige wedstrijd waaraan ik in mijn hele leven mee heb gedaan, was een dressuurproef. Het woord “proef” zegt al genoeg. Ik reed op mijn paard Morwen op het allerlaagste niveau en deed mee omdat het wilde zien in punten hoe goed (of slecht) ik nu eigenlijk reed. Won ik waarempel nog een prijs ook! Achteraf bleek dat een koud kunstje te zijn, want ik was de enige ruiter voor dat niveau proef. Tja… 🙄
In ieder geval ben ik een absoluut gelover in “meedoen is belangrijker dan winnen” en ben ik tegelijkertijd te fanatiek en te ongeïnspireerd om van een wedstrijd een succes te kunnen maken.

Waarom nu dan wel? Eerlijk gezegd heb ik geen antwoord op die vraag. Tenminste, niet een voor mezelf bevredigend antwoord. Natuurlijk zit ik de laatste weken in een bijna extreme “schrijfmood” en dat zal ongetwijfeld aan mijn impulsieve besluit hebben bijgedragen.

De wedstrijd van Boekenkrant is een “kleintje”. Dat wil zeggen dat het aantal woorden tussen de 700 en 1500 moest liggen. Makkie dus, ik had in anderhalf uur een compleet en afgerond verhaal geschreven en herlezen, verbeterd, aangepast, opnieuw herlezen en laten proeflezen (door mijn man).

Er heerst een schrijfwedstrijdenvirus?

Denk ik, want gisteren kwam ik in een àndere Facebook groep een Fantasy schrijfwedstrijd tegen. Die loopt nog tot 21 juni, dus als je mee wilt doen, kan dat nog.

Blijkbaar was mijn wedstrijdmodus nog niet gesust door het korte verhaal van eergisteren, want ik ben meteen begonnen. Ditmaal gaat het om een afgerond verhaal met tussen 5000 en 7500 woorden. “Iets” uitgebreider dus. En ik moet zeggen dat dit me meteen een stuk zwaarder valt, maar nu ik eenmaal ben begonnen, zal ik het afmaken ook!

De eerste ruim 1500 woorden staan inmiddels op papier. Of beter gezegd, in Word. Een vijfde, iets meer. Gelukkig heb ik nog een maand, want ik zit nu al “vast”. En ik denk dat ik ook wel weet wat de oorzaak is. Ik schrijf namelijk voor de verandering eens niet in eerste persoon (ik-vorm), maar in derde persoon (hij/zij). Dat ben ik niet gewend en voelt dan ook meteen ongemakkelijk.

Eigenlijk raar, want mijn eigen fantasyboek (work in progress), schrijf ik ook in derde persoon! Alleen ben ik daar jarenlang niet mee bezig geweest en heb ik dat pas sinds heel kort geleden weer opgepakt. Veel verder dan teruglezen en schrijffouten verwijderen heb ik nog niet gedaan.
Ok, dat is niet helemaal waar… het wordt een epos. Tenminste, dat is mijn doelstelling. Maar een fantasyroman heeft meestal ongebruikelijke namen en kreten, zo ook die van mij. Ik kon ze niet onthouden, dus ben tijdens het teruglezen een lijst gaan aanleggen van wie wat is, waar wat is en wat, wat betekent. (Snap je het nog?)

In ieder geval wordt deze nieuwe schrijfwedstrijd een uitdaging voor me. En… dat vind ik leuk! 😀 Nooit gedacht dat ik zoiets zou gaan doen.

Medio juni verwacht ik de uitslag van de Boekenkrant schrijfwedstrijd. Pas op 18 september is de uitslag op de wedstrijd van Luitingh-Sijthoff, daar mag ik de hele zomer over in de rats zitten. 😂

Uiteraard laat ik in juni en straks in september weten of ik het een beetje goed heb gedaan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *