herinneringen“Ja,gevonden!”, klinkt een mannenstem triomfantelijk. Ik schrik ervan, lig hier al zo lang te wachten. Vies, koud en modderig. Een warme hand pakt me vast.

“Hier, jongens, meenemen en onderzoeken.” De stemmen praten door, ik luister niet. Teveel herinneringen, teveel misstanden. Ik heb zoveel te vertellen, maar mijn mond kent maar een stem. En mijn stem kent maar een woord. Dat is niet genoeg.
Niet genoeg om te verhalen van al het ongeoorloofde gebruik, van het misbruik. De schrik, het bloed, de dood…

Dit is niet de eerste keer dat ze me vinden, me onderzoeken. Steeds opnieuw laten ze me gaan. Ze vinden nooit genoeg bewijs. Sukkels.
Ik weet ‘t, zij kunnen er ook niets aan doen. Ik hoop zo dat ze eens wèl iets vinden. Dat ze me vasthouden en opbergen. Voorgoed. Maar dat doen ze niet. Elke keer vind ik mijn weg naar buiten.

Een andere man neemt me over en pakt me stevig in. We gaan op weg naar het politiebureau… Het onderzoek duurt uren. Of dagen, ik ben heel slecht in het bijhouden van dergelijke futiele zaken. Eindeloos word ik door de één, dan de ander betast. Het is dat de samenstelling van mijn moleculen beweging tegenhouden, anders was ik er misschien toch nog wel vandoor gegaan. Het is allemaal zo vermoeiend…

“Weet je zeker dat we deze moeten hebben?“ Daar gaan we weer. Alle onderzoeken ten spijt, vinden ze weer niets. Kon ik de trigger maar vinden om mijn mond in beweging te krijgen. Inwendig zucht ik, dat heb ik al zovaak gedacht. Het is me nooit gelukt.

Om me heen spreken verschillende mensen. Hele discussies over de toedracht, de mogelijkheden, de dader. Ze bekijken het van alle kanten, bewijsmatig, logisch, psychologisch. De wildste theorieën worden geuit en verworpen. De simpele waarheid blijft voor ze verborgen.

Och, kon ik ze maar vertellen wie me deze keer heeft misbruikt. En hoe. Waarom. Ik weet alles. Ik zie nog voor me hoe die smeerlap haar dwong de loop tegen haar hoofd te zetten. Voel hoe hij me misbruikt om haar te dwingen het schot te lossen.

Dan hoor ik ineens allerlei stemmen door elkaar roepen. “Vingerafdruk… Afpersing… Maandenlang gestalkt…”

Zou het? Ik kan het niet geloven. Eindelijk, eindelijk haal ik het tot in de rechtbank. Eindelijk word ik gehoord. Deze keer vindt recht  zijn loop en word ik eindelijk te rusten gelegd. Zoals het hoort. Voorzien van een tag, verzegeld en in een kluis. Niemand kan me nu nog dwingen te doden. Dat ene woord uit te spreken dat ik machtig ben.

 

~~~

 

Uit het dagboek van een pistool

 

Wil je meer lezen?

De drie misdaadromans die ik heb geschreven, met de korte inhoud en een uitgebreidere preview, vind je hier.

Marits Boeken